de gesuis dreunt door
mijn hoofd heen
in mijn oren, elke vezel
mijn droge lichaam heeft water nodig
en het wekt
met zijn belemmerende,
verstikkende noten
dode herinneringen tot leven
ik voel de spanning tot ik barst
en ik barst
de scherven niet meer te lijmen
geen water, geen zalf
van mineurakkoorden
zij strelen mijn ziel
het zou de wonden helen, het zijn er zo veel
de druppels vocht verraden
het losgeweekte verdriet
de tedere streling van het water
reageer