Bernd Lohaus
Misschien heb ik al meer van Bernd Lohaus gezien dan ik zelf goed en wel besef, maar de eerste keer dat ik bewust met zijn werk in contact kwam, ligt nog kakelvers in mijn geheugen. Het is ongeveer een maand geleden, tevens een maand voor zijn dood op 5 november 2010. Met school gingen we naar “XANADU! (De collectie van het S.M.A.K. belicht door Hans Theys)”, de tentoonstelling die nog tot begin oktober 2010 zou duren. Ik was al eerder naar deze tentoonstelling geweest en ik vond er niet veel aan. Het gele krantje (klik voor het krantje in PDF) had ik niet gelezen, met mijn gezelschap had ik alles snel bekeken. Daarna zijn we frieten gaan eten, of zo, bij honger is de concentratie zwak. Toen ik hoorde dat we (voor mij: wéér, opnieuw) naar de tentoonstelling moesten gaan, maar dan met een rondleiding van alleskunner/curator Hans Theys, begon mijn interesse beetje bij beetje te groeien. De uitleg bij de werken die Theys blijkbaar het meest interessant vond om aan ons te tonen (zijn agenda is blijkbaar goed gevuld en enorm veel tijd was er niet voor een bende KSO’ers) was welkom en interessant en heb ik achteraf in het gele krantje kunnen herlezen. Nieuwe sappige weetjes kregen we niet te horen. Het was dus op deze tentoonstelling dat ik voor het eerst oog in oog stond met werk van Lohaus.
Bernd Lohaus werd 70 jaar geleden geboren in het Ruhrgebied, maar hij leefde in België in de nabijheid van de Schelde. Hij werd opgeleid als beeldhouwer, maar zijn werk werd pas echt ZIJN werk toen hij in contact kwam met zijn belangrijkste leraar. Ik geloof dat Lohaus zelfs door zijn leraar een jaar werd weggestuurd om te gaan tekenen, en dat hij dan pas mocht terugkomen. En/Of hij als reactie kreeg: “Je hebt een jaar goed getekend, doe dit nog maar een jaar en kom dan nog eens terug.” Dat verhaal hoorde ik van Hans Theys, maar ik zou de correctheid (van mijn herinneringen…) nog eens moeten nachecken. Kortom, speciale leraar dus. Het was mijn held Joseph Beuys die zijn mentor was. Beuys was zo’n kunstenaar die ik echt moest leren kennen: toen ik voor het eerst zijn Wirtschaftswerte zag, vestigde ik mijn aandacht vooral op de geur ervan. Tijdens de Quadriënnale 2010 in Düsseldorf heeft Beuys mijn hart veroverd. Parallelprozesse vond ik bewonderingswaardig genoeg om 50 euro neer te tellen voor de superschone, verzorgde catalogus. Soit, terug naar Beuys in het Smak. De Wirtschaftswerte werd daar voor XANADU! knap en doordacht opgesteld door de curator: de rode muren, de dode rijkelui in hun gouden kaders: de geniale omgeving voor dit kunstwerk.
Is het trouwens zo raar dat mensen in Duitsland Engelstalige boeken kopen? Ik kreeg de vraag of ik toch niet de Duitse versie wou. Ik heb wel enkele Duitstalige boeken gekocht, maar bij die dure catalogus wou ik zeker zijn dat ik alles goed zou verstaan.
Tot zover Beuys. Lohaus hield zich, net als zijn meester, bezig met the body in contemporary art (happenings/performances), maar sculpturen associeer je zéker met Lohaus. Ik vind wat Hans Theys in het gele krantje over Lohaus heeft geschreven zeer interessant, dus doorklikken naar die handel, zeg ik je! Zonder wat Theys zei en schreef over de kunstenaar, had ik er waarschijnlijk echt niet veel van begrepen. De werken schreeuwen hun betekenis en verhalen niet uit, en juist de verhalen boeien mij. Bijvoorbeeld: de touwen in zijn kunstwerken (Lohaus gebruikte veel touw) zijn gemaakt door echte Antwerpse specialisten, de mannen van de haven. In verband met die touwen: het Smak toonde in XANADU! het geweldige Große Korde. Het hoofdpersonage is een oneindig touw dat een vierkant zou moeten voorstellen. Een ander werk, toevallig ook het tweede dat de curator bespreekt in het gele krantje na Große Korde, is voor mij naamloos, daarom zoek je het beter even op in het krantje. Het is zo’n teder werk, schrijft Theys. Het touw streelt de muur. Van monumentale orde is Ich-Du. Ik zag een tien jaar oude video-opname van “het portret van Jan Hoet”, in de periode rond de opening van het Gentse Smak. Ich-Du werd toen ook opgesteld (correct me if I’m wrong, ik vind het portret niet terug op COBRA), en Jan Hoet riep steeds: Diese große graue Mauer!, maar ik herinner mij niet meer waarom hij dat riep. Misschien was het wel een uitroep van bewondering omwille van de kracht, de tederheid, het alles van de werken van Bernd Lohaus. In memoriam.
Kunstenaar Bernd Lohaus overleden (videofragment op COBRA)
Lust, Liebe, Tod (boeiend videofragment op COBRA)
Bernd Lohaus op de website van het Smak (met overzicht van de werken)
Bernd Lohaus op de website van Hans Theys
Harry Mulisch
Die krijgt een plaatsje onder de categorie Kunst. Het gaat ‘m goed.
Harry Mulisch. Biografische feiten vind je zowat overal en nergens en dus zal ik mij niet bezondigen aan een clichématig begin van mijn artikel, met een opsomming van prijzen en verdiensten.
Het eerste boek van Harry Mulisch dat ik in mijn handen kreeg, was Twee vrouwen. Of nee, zo eenvoudig is mijn leeshistorie toch niet verlopen: het eerste boek was Het stenen bruidsbed. Elk jaar bestelde ik trouw mijn übergoedkope pakketje Boektoppers16+ en in 2006 bestond het pakket uit een vreemde ‘literaire’ mengeling van o.a. Loverboy, Specht en zoon en Het stenen bruidsbed. Op dat moment was ik dertien jaar en dus perfect rijp voor Specht en zoon, Slaap! en Met angst en beven, maar absoluut niet voor Het stenen bruidsbed. Ik las een pagina of twintig en gaf het op. Tot op heden heb ik Het stenen bruidsbed nog steeds niet gelezen. In 2008 kreeg ik van een goede vriend Twee vrouwen (uit 1975). Dát was mijn eerste échte Harry Mulischboek. Een zeer-boeiende-biografische-feiten-website zal je meedelen dat dat een boek is uit Mulisch’ derde periode: dé succestijd met boeken als De aanslag een De ontdekking van de hemel.
Ik vond Twee vrouwen een geweldig verhaal. De gelaagdheid drong vaak, maar niet altijd tot me door, en toch blijft het een ontroerend verhaal. Dat is de kracht van Mulisch, geloof ik, dat hij voor iederéén een goed schrijver kan zijn en niet alleen voor de mensen die de complexe structuren en verwijzingen meteen begrijpen.

Bron: www.harrymulisch.com
In datzelfde jaar moest ik voor school De aanslag (1982) lezen. Ten eerste is moest een groot woord, want ik heb gigantisch hard van dit boek genoten en het lezen voelde op geen enkele manier aan als een vervelende verplichting. Ten tweede had ik precies de uitgave van op de afbeelding, een kaft die ik overigens nog steeds erg mooi vind, veel mooier dan de uitgave die in 2007 bij de Boektoppers16+ zat. Op school hebben we De aanslag tot op het laatste woord uitgespit en ontleed. Zonder deze ervaring zou ik Mulisch niet lezen op de manier zoals ik hem vandaag lees, zou ik misschien wel uit mezelf een paar lagen kunnen ontleden, maar veel over het hoofd zien.
Van de namen van de Haarlemse huizen, Welgelegen, Buitenrust, Nooitgedacht en Rustenburg, tot “Anton, die juist de dobbelsteen wil gooien” (Alea jacta est…) en “Overal was het al dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht.” (een quote van Plinius, een auteur die ik in de klas gelezen heb in het Latijn)… Alles zit zo goed in elkaar, vervlochten, onlosmakelijk verbonden. Je beseft niet hoeveel verwijzingen er zijn naar zijn ander werk, zijn eigen leven en de geschiedenis, tot je zijn hele oeuvre hebt doorwerkt.

Bron: www.kb.nl
Het derde boek dat ik gelezen heb (door De Standaard belangrijk geacht in zijn oeuvre, vandaar), is Voer voor psychologen (1961). Volgens De Standaard is dit werk een must read in het oeuvre van Mulisch en dat is echt waar. Louis Paul Boon vond het ook al zo’n machtig boek, zelfs zonder dat het een literaire fictiebesteller is. De zwart-rood-witte kaft met plaat van Vesalius viel me in een In Memoriamuitzending op Canvas direct op. Ik wist niet eens dat het dankzij Mulisch was dat voer voor psychologen een uitdrukking is geworden. Daags na zijn dood ben ik het boek gaan halen in de bibliotheek: ik zag dat het hiervoor de jaren had gesleten in de vergeetput van het magazijn, en dat terwijl ik juist vind dat het een waardevol ‘epistel’ is. Het is een zelfportret, een verzameling van zijn hersenspinsels en zijn filosofie. Belangrijke delen van zijn levenspad staan er in beschreven; eveneens bedenkingen bij vanalles en nog wat (maar, zoals verwacht bij Mulisch, niet willekeurig). Het boek bestaat uit meerdere delen waarvan de meeste al eerder waren gepubliceerd. Wie de grondbeginselen van De Schrijver Mulisch, de grootste van de Grote Drie, het Nederlandse equivalent van Hugo Claus, wil leren kennen, moet Voer voor psychologen gelezen hebben. Ik had een hele verzameling treffende passages aangelegd, maar die ben ik helaas kwijtgespeeld. Daarom: ga dat boek gaan halen en lees het zelf. Het is verwarrend, bevreemdend, een vreemde ontleding, maar het zou wel eens één van zijn beste beschouwende boeken kunnen zijn. Ik las de zestiende druk, wat wil zeggen dat het boek heel wat herdrukken heeft gehad wegens succes. De laatste jaren is het boek in de vergetelheid geraakt. Breng de schrijver Mulisch tot leven, lees zijn boeken.
Overzicht van boekomslagen
Harry Mulisch op COBRA (een schat aan audio- en videofragmenten)
30/10/10: Harry Mulisch overleden
er zijn niet veel
woorden meer
alles is gezegd geweest
ik heb gedaan wat nodig was
ik heb gezwegen
ik heb liefgehad
ik ben vergeten
ik word zelf vergeten
dus dit is wat overblijft
lege woorden op deze blauwe lijnen
niets
de gesuis dreunt door
mijn hoofd heen
in mijn oren, elke vezel
mijn droge lichaam heeft water nodig
en het wekt
met zijn belemmerende,
verstikkende noten
dode herinneringen tot leven
ik voel de spanning tot ik barst
en ik barst
de scherven niet meer te lijmen
geen water, geen zalf
van mineurakkoorden
zij strelen mijn ziel
het zou de wonden helen, het zijn er zo veel
de druppels vocht verraden
het losgeweekte verdriet
de tedere streling van het water
langzaam
voorzichtig
sluipt ze dichterbij
opent het raam
neemt een duik
in het groene gras
van de uitgestrekte wei
zoete bloemen
lentelucht
voor het eerst
val ik niet op
in het groene gras met mijn al
even groene jas
de felle zon brandt een gat
in mijn papieren hart
zo groen als ik ben
zo dood als ik ben
in mijn springlevende vel
als jij de wereld was,
dan had ik hem lief
daar ben ik jouw prinses in de toren,
als Persephone
ik ben in jouw macht
een snaar van jouw instrument
net als ik, steeds bespeelbaar,
tot ik knap.
Film en het filmfestival: eveneens drie keer de moeite
Sinds het begin van het schooljaar heb ik drie films gezien die me zeer helder voor de geest zijn bijgebleven. Oké, ik heb wel méér dan drie films gezien, maar dit waren om te beginnen al films waarvoor ik mij bereid zag te betalen óf de moeite te doen om op het REC-knopje van de dvd-speler te duwen.
Het Internationaal Filmfestival Van Vlaanderen-Gent 2010. Een hele boterham, die naam alleen al. Dat filmfestival, ik had er elk jaar al van gehoord, maar mij er nog nooit in verdiept, laat staan dat ik er al naartoe ben geweest. Uiteindelijk ben ik er ook dit jaar niet echt naartoe geweest: de meeste films speelden tijdens school of veel te laat waardoor ik niet meer naar huis zou geraken. Dit jaar was het eerste jaar dat ik het hemelblauwe programmaboekje (dank u Focus) in handen kreeg. Het lag bij de foldertjes op mijn school. De officiële programmagids van het 37ste filmfestival Gent met volledige kalender. Het was onwaarschijnlijk dat ik naar een film zou kunnen gaan kijken, maar ik moest en zou een selectie maken van de meest intrigerende. The Arbor, een waargebeurd verhaal. The Athlete, de titel zegt genoeg over het hoofdpersonage. De multiculiprent Bardsongs. Caterpillar is mijn C-film. Sphinx speelde mijn selectiefilm Countdown to zero. De titel Dieci inverni gesierd met een kruisje. O, en dan was er Erasing David, een keer omcirkeld en keer aangekruist dan nog wel. Als er één film was die ik écht wou zien… Buiten Exit through the gift shop dan, ik verslind alles wat met Banksy te maken heeft. Kerity, het geheim van Eleanor was mijn kinderlijke keuze. Pure, want het hoofdpersonage is een Katarina, dat kan niet slecht zijn. 20 is trouwens echt een magische leeftijd. Tiny Furniture. Ik zie mezelf ook wel eindigen met een waardeloos diploma. Tot slot You will meet a tall dark stranger, want Woody Allen is een redelijk toffe pee.
Soit, de drie films dus. Het waren, tadadadada, Turquaze, Exit through the gift shop en Erasing David. De eerste twee waren min of meer verplichte schoolkost, al wou ik deze films sowieso al gaan bekijken (zeker de Banksyfilm!). Erasing David werd tot mijn grote vreugde op Ned3 gespeeld, voorafgegaan door een documentaire over privacy. Zeer interessant allemaal. Drie (docu)films die zeer de moeite waard zijn om te bekijken en die ik vanaf nu lieflijk aan jullie doorspeel. Gaan halen die films, zeg ik u!
Expo: drie keer de moeite
.jpg)
Bron: http://staging.kmska.be
Begin oktober sluit het KMSK Antwerpen voor vier jaar de deuren om ‘t een en ‘t ander te veranderen aan de infrastructuur. Jan Vanriet (die ik kende van zijn samenwerking met De Morgen) was de laatste kunstenaar die de eer kreeg om het KMSKA in haar oude glorie te bezetten met een tentoonstelling. Het kindje werd Closing Time gedoopt. Op de dag van de massaschets bezocht ik de tentoonstelling en kon ik voor de laatste keer de vaste collectie zien.

Bron: www.bozar.be
Visionary Africa wist ik op het allerlaatste nippertje te bezoeken. Ik bezocht in BOZAR zowel GEO-graphics als de fototentoonstelling A Useful Dream en beide expo’s konden mij bekoren, hoewel ik toch gehoopt had op nog méér hedendaagse Afrikaanse kunst. Is er in de betere gebieden dan niemand bezig met pakweg videokunst? In ieder geval, wat er dan was van dat soort hedendaagse kunst, was knap en aangrijpend. De Verhalenboom was blijkbaar defect op het moment dat ik passeerde, want uit geen enkele hoofdtelefoon kwam er geluid. Jammer.
Overzicht van alle activiteiten van Visionary Africa
GEO-graphics
A Useful Dream

Bron: www.vooruit.be
De afbeelding hierboven is een foto van het werk Static, gemaakt door Wim Janssen. Het is maar één van de enkele kunstwerken die je kon zien op de Almost Cinema 2010-tentoontelling in Vooruit Gent. Almost Cinema vindt niet toevallig plaats wanneer het Filmfestival Van Vlaanderen in Gent neerstrijkt. Vooruitprogrammeur Eva De Groote leidde 7BBV rond op de tentoonstelling.
Almost Cinema – cinema anders bekeken
Overzicht van de werken
Uitleg bij de categorieën
Er zijn drie hoofdcategorieën: Middelbareschooltijd, 7BBv-tijd en Studententijd, op de zaken vooruitlopend.
Van 2004 tot 2010 zat ik in het middelbaar. Elk jaar ging ik over naar het volgende jaar en ik studeerde af als braaf Latinistje en dan nog wel wanneer dat volgens de statistieken moest. Zoals voor velen was het secundair een rare (nare?) periode voor me, die nu is afgesloten, maar waar nog veel herinneringen en werkjes uit stammen. Af en toe heb ik de nood om de werkjes die ik toen gemaakt heb met jullie te delen en dat doe ik dan ook. In het najaar van 2009 werd ik CJP-reporter en kreeg ik de befaamde schoolopdracht om een blog bij te houden: de berichtjes en reportages van toen en nu (ik ben nog steeds reporter, hoor) vind je hier terug. Ik vond het wel handig om drie subcategorieën te maken: de zogenaamde “Anti-reportages” oftewel regelrechte zever en onzin, de “Reportages” en Hart en ziel, een categorie met, voornamelijk, mijn vroegere werkjes die ik dus soms eens met jullie wil delen. Mijn werkjes, de kunst, dat heb ik allemaal met hart en ziel gemaakt.
Dit schooljaar, 2010-2011, volg ik het 7de jaar KSO. Ik noem het mijn 7BBV-tijd (BBV = bijzondere beeldende vorming). In dit jaar is alle praktische leerstof van de laatste jaren KSO samengestampt, ‘t is zoals een spoedcursus van negen maanden voor iedereen die dit graag nog wil meepikken voor ie naar het hoger onderwijs gaat. Dit schooljaar zal het eerste jaar zijn dat ik mij (EINDELIJK!)100% kan inzetten en bezighouden met kunst, vandaar ook de überbelangrijke categorie Kunst, waarin ik werkjes van mezelf en andere zaken in verband met kunst wil plaatsen. Daarnaast heb je ook nog de categorie Catharina check ’t uit - ik test namelijk nogal graag uit (ALLES kan uitgetest worden) en bij heel veel dingen heb ik zoiets van: dat moet ik uitchecken! Ik werk als reporter (reviewer, recensent) en “uitproberen” kan betekenen: albums beluisteren, boeken lezen, films bekijken en expo’s bezoeken, kortom, alles wat in Middelbareschooltijd onder de categorie “Reportages” zat. Ik kreeg echter het idee dat het misschien ook wel tof zou zijn om het uittesten en uitchecken wat open te trekken naar andere zaken. Als ik ergens enorm lekker tafel, of een ongelooflijk leuk en handig apparaatje heb ontdekt, of iets wil melden over het gebruik van bepaalde materialen, dan kan ik zulke berichten ook in die categorie plaatsen. De leukste categorietitel is Speeksel, een mooi woord voor zever. Gezever vind je onder Speeksel terug, of niet-zo-onbelangrijke berichten die anders categorieloos zouden blijven.
Tot slot: de categorie Studententijd. Die zou voor mij moeten aanvatten vanaf het schooljaar 2011-2012. Alle verhalen die ik jullie kan vertellen over mijn ervaringen met het hoger onderwijs, lees je daar.
De grote proef
Ik ben een twijfelaar. In dubio. Soms twijfel ik zelfs of ik wel een twijfelaar ben. Twijfel aan mijn getwijfel: misschien weet ik het al, maar durf ik het niet. Mijn studiekeuzescriptie is een bolwerk van twijfels, afwegingen, conclusies dat ik het nog altijd niet wist. Kort gezegd kon ik 4 richtingen uit: journalistiek, taal- en letterkunde, kunstwetenschappen en 7BBV. Journalistiek en taal- en letterkunde waren de eerste slachtoffers, ze werden onverbiddelijk van mijn lijstje geschrapt.
Journalistiek was niet bepaald een intellectuele uitdaging voor me. Drie jaar fun, maar daarna? Een goede journalist moet een goede basis hebben. Wortels. Bijvoorbeeld in de (kunst)geschiedenis, economie of germanistiek. Mijn droom is om mijn jarenlange ervaring in de kunstwereld te gebruiken om uit te groeien tot een druk gelezen blogger, recensent en journalist.
Taal- en letterkunde: tof en zo, maar ik ben meer een letterkunde- dan een taalkundemens. Taal is expressie, mijn niet-materiële medium bij uitstek. Ik wil geen zinnen ontleden. Ik leg mijn olieverf toch ook niet onder de microscoop?
Kunstwetenschappen. Nu wordt het moeilijk, want we benaderen het terrein van de kunst: mijn passie, levensvocht, verse ademlucht. Kunst-wetenschappen, afgekort als kunstwet, kunst-wet. De kunstwetten. Wat?! Ik hou van een goed kunstboek op z’n tijd, vooral met van die grote detailfoto’s. In die twee jaar dat ik filosofie en esthetica heb gehad, waren die twee vakken mijn favoriete. En ja, ik was ook die enkeling die zelfs de examens van geschiedenis supertof vond. Maar jeetje, ik ben GEEN kunstwetenschapper, net zoals ik geen taalkundemens ben. De dag dat ik een wetenschapper word, heb ik de hoop in mijn eigen kunnen als kunstenaar opgeven.
Ik ben nog te zeer wetenschapper om hoop te hebben dat ik kunstenaar kan zijn.
Ik heb steeds gezegd: in het schooljaar 2010-2011 zal ik geen student zijn op een kunstacademie. Dat was geen kwestie van niet willen, maar van onzekerheid. Na zes jaar de wetenschapper uit te hangen in de Latijnse dacht ik niet dat ik nu al een kunstenaar KON zijn, hoewel ik niets liever wilde. Het grote avontuur wachtte op mij en ik had er zin in (heb er zin in!), maar, as usual, twijfelde ik nog waar ik dat avontuur het best kon zoeken. Ik wou het omgekeerde van zekerheid, geen wetenschappen en na enige niet-wetenschappelijk onderzoek wist ik dat ik bij de multimediale vormgeving (KASK) avontuur zou vinden. Ik deed toelatingsproef en slaagde, tot mijn grote, gigantische, megagrote, ongelooflijke, giga verbazing. Ik had helemaal geen ervaring, niet zoals die andere kandidaten, alleen hetgeen ik deed na 16u en ‘s nachts, na school, na die 5 uur Latijn. Ik was nooit naar het DKO gegaan. Ik had gezegd dat het onmogelijk was dat ik in 2010-2011 student zou zijn op een kunstacademie, en hoewel het mogelijk was om het academiejaar te starten in het hoger onderwijs, heb ik mij ingeschreven in 7BBV: het zevende voorbereidend jaar bijzondere beeldende vorming.
De twijfelaar in mij leeft nog steeds. Mijn keuze ligt nu bij 7BBV, maar voor volgend jaar, mijn eerste echte jaar in het hoger onderwijs, moet ik nog een keuze maken. Mijn hart gaat momenteel naar KASK, en ik kijk uit naar volgend jaar, hoewel er ook angst is. Elke avonturier is wel eens bang. Ieders hart slaat een klop over voor ie in het diepe springt.
reageer